Dit spel wordt ook wel fopspel genoemd. De kinderen staan in een cirkel en de trainer in het midden met een zachte bal. Kinderen handen op hun rug. De persoon in het midden gooit de bal naar iemand of hij doet een fop gooi. De kinderen mogen alleen de handen van de rug als er echt gegeooid wordt. Als de handen van de rug gaan en de bal wordt niet gegooid dan is die persoon af. Die moet vervolgens wisselen met persoon in het midden.

Bij het volleybal spel speel je zoals je normaal ook speelt. Geen rare tafels, batjes of andere vreemde opstellingen. Er is echter een punt wat anders is namelijk het volgende. Bij het volleybal spel kan je alleen punten scoren als je zelf serveert.

Het idee van het dwars over tafeltennis spel is dat je over meerdere tafels tegelijk speelt in een bepaalde vorm. Er staan 2 mensen bij de eerste tafel (meest rechts op plaatje). De bovenste tafeltennis speler speelt van tafel helft 1 naar 2. Speler twee speelt vervolgens de bal naar de andere tafeltennistafel die er naast staat.

Bij het punten doorgeef tafeltennis spel speelt men met minimaal 3 tafels tegelijk. Bij iedere tafeltennistafel staan 2 spelers alsof je een normale wedstrijd gaat spelen. Aan de kant zitten nog 2 tot 4 man te wachten totdat er iemand klaar is. Men speelt 1 game tot de 11 punten.

Bij het goede en slechtste tafeltennis spel speelt men met minimaal 3 tafels tegelijk. Bij iedere tafeltennistafel staan 2 spelers alsof je een normale wedstrijd gaat spelen. Alleen speelt men maar 1 game tot de 11 punten. Zodra één iemand bij de 11 punten is roept men “STOP!”.

Het aanvaller en verdediger tafeltennis spel gaat als volgt. De punten telling is zoals een normaal potjes ping pong. Alleen het verschil zit hem erin dat speler één eerst verdedigend moet spelen. Dus bij de tafel alles blokken of naar een tweede positie en alles kappen.